Middenbouw

Thuiswerk 1
Doelen zijn gericht op “eraf”. Min sommen.

1- “Maria, pak jij de appels voor jou en je broer?” Hoeveel appels liggen er in
de schaal? En als je nu de appels pakt voor jou en je broer,
hoeveel liggen er dan nog?” ( bestek op tafel, schoenen in de kast
enz.)
2– “Jesse, betaal jij in de winkel?””Het is € 18,- en we betalen met €20,-
Hoeveel krijg je terug?” ( Deze weken dus veel samen boodschappen doen of
thuis naspelen met echt geld.)
3– Zeg een getal ( 15) en tel terug naar (5). Laat een kind een getal zeggen
en tel zelf terug. Zeg een getal ( 43) en tel terug naar (28). Soms zal het te
moeilijk zijn voor uw kind, laat het dan met rust. Uw kind is nog te jong.
4– Zeg een getal ( 50) en tel 3 terug ( = 47), laat uw kind een getal zeggen
( 75) en ook hoeveel u er terug moet tellen 8 ( = 67). Dit kan hardop of stil.
5– Laat het kind vertellen wat het vandaag heeft geleerd over min sommen.
Thuiswerk 2
Doel is gericht op woordenschat uitbreiding

1-Maak samen met uw kind een mooi kunstwerk over de Elfstedentocht.

Plaatjes knippen, woorden uitknippen en zelf woorden schrijven.

Dit is het woord van de week. De woorden die erbij horen zijn;

provincie, noren, ijsconditie.

2-Vraag uw kind naar het “gouden uitje”.

 3-Vraag uw kind wat het voor nieuwe woorden heeft geleerd.

 

Thuiswerk 3

 

De doelen zijn gericht op de getallenlijn.

Voor de jonge  kinderen de getallenlijn tot 20, 100 en de oudste kinderen tot 1000.

  1- U kunt het volgende spelletje doen in de auto, aan tafel of lopend op straat:

 “ik zeg 15, tel jij tot 20”, ik zeg 48, tel jij verder”, “ik zeg 575, tel jij tot

   600”.

 2– U zegt een getal bijvoorbeeld 48, het kind zegt; 8 enen en 4 tienen.

      U zegt 312, het kind zegt 2 enen, 1 tien en 3 honderden.

 Ook dit spelletje kan op verschillende momenten en uw kind vindt het ook leuk om de opgaven voor u te bedenken!

 3– Vraag uw kind wat het heeft geleerd over de getallenlijn!