Bovenbouw

Thuiswerk 1

Doelen zijn gericht op “werkwoorden”.

1– Tijdens het voorlezen het kind zijn vinger laten opsteken elke keer
dat het een werkwoord hoort. Daarna leest het kind voor en steekt u
uw vinger op.
2– In een tijdschrift samen alle werkwoorden onderstrepen. Wie ziet ze het
snelste?
3– Uit een krant de werkwoorden knippen in de “IK” vorm ( hij, jij etc). Wie
knipt de meeste uit in 15 minuten?
4– Pim Pam Pet spelen en met de gedraaide letter een werkwoord verzinnen
( dit kan ook met een stapel letters op papiertjes geschreven).
5- Vraag aan uw kind wat het vandaag heeft geleerd of gedaan over het
werkwoord.
Thuiswerk 2
Doelen zijn gericht op werken met geld.

1. Verzamel een week lang de kassabonnen van uw eet aankopen.

Tel samen met uw kind op wat de uitgaven waren voor één week.

2. Bereken samen hoeveel weken zakgeld daarvoor nodig is.

3. Neem mee naar school: waar koop je in Hoogvliet:

- de goedkoopste melk

- bruin brood

- 1 ons ham

Dit kunt u samen vinden in reclame folders of ga samen op onderzoek in de winkels.

4– Vraag uw kind wat het heeft geleerd over rekenen met geld.

Thuiswerk 3

De doelen zijn gericht op komma getallen.

 1– Tijdens het koken kan uw kind alle hoeveelheden afmeten met de maatbeker. Misschien zijn er wel meer pakjes in de keukenkast waar hoeveelheden nodig zijn die uw kind kan afmeten.

 2– Hoeveel drinken past er in verschillende glazen? Met de maatbeker weten jullie het precies.

 3– De getallenlijn oefenen; u zegt een getal bijvoorbeeld 0,386. Laat het kind doortellen tot 0,4 ( 0,387 0,388 0,381 etc.)

 4– Vraag uw kind wat het heeft geleerd over komma getallen!

 

Let op! Onze kinderen leren op een andere manier optellen en delen.

 Staartdelingen gaan tegenwoordig anders dan bij ons vroeger op school.

 Kinderen raken in de war als u een andere manier aanbiedt. Vraag de manier aan uw kind of aan de juf. U kunt daarna samen de nieuwe manier oefenen!